Top van dit document
Direct naar de inhoud
Op 1 november 1994 is de Wet voorkoming schijnhuwelijken en de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) in werking getreden. Deze regeling biedt de mogelijkheid om schijnhuwelijken te voorkomen of achteraf nietig te verklaren. Ook geeft de wet de mogelijkheid om in het buitenland gesloten schijnhuwelijken niet te erkennen en dus ook niet in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland op te nemen.
Wat verstaat men precies onder een schijnhuwelijk/-partnerschap
Onder een schijnhuwelijk of -partnerschap wordt verstaan een huwelijk of geregistreerd partnerschap waarbij tenminste één van de partners niet de Nederlandse nationaliteit heeft en dat wordt gesloten met als enig doel een verblijfsrechterlijke status in Nederland te verkrijgen voor de vreemdeling, die nog niet (of niet meer) over een verblijfsrecht in Nederland beschikt.
Als ten minste één van de aanstaande echtgenoten of geregistreerde partners niet de Nederlandse nationaliteit bezit, dient de ambtenaar van de burgerlijke stand te beschikken over een verklaring van de korpschef van de politie. Pas daarna mag de ambtenaar meewerken aan het opmaken van een akte van huwelijksaangifte of een akte van registratie van een partnerschap, en aan de voltrekking van een huwelijk of de aangifte van registratie van een partnerschap. De verklaring van de korpschef en de terugmeldberichten zijn in de Vreemdelingencirculaire opgenomen als model M46.
Naast de vermelding van de verblijfsrechtelijke status van de vreemdeling bevat deze verklaring een advies van de korpschef aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. Dit advies wordt gegeven met het oog op de beslissing van de ambtenaar om al dan niet medewerking te verlenen aan het opmaken van een akte van huwelijksaangifte/aangifte van registratie van een partnerschap dan wel de huwelijksvoltrekking/partnerschapsregistratie. Deze verklaring is zes maanden geldig. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) verschaft de korpschef schriftelijk informatie omtrent de verblijfsrechtelijke status van de vreemdeling, voor zover de korpschef niet zelf de beschikking heeft over die informatie.
Model 46:
De verklaring van de korpschef is een advies aan de ambtenaar van de burgerlijke stand en wordt dan ook apart gezien van een eventuele aanvraag om een verblijfsvergunning. Dit betekent dat ook al beschikt de vreemdeling al over een verblijfsstatus, toch een verklaring van de korpschef moet worden afgegeven De verklaring is ook nodig in de situatie dat de vreemdeling nog niet over een verblijfsvergunning in Nederland beschikt, maar wel van plan is om een aanvraag daartoe in te dienen.