Top van dit document
Direct naar de inhoud
Veelgestelde vragen categorieën:
Voor welk type verblijfsvergunning is het inburgeringsexamen een voorwaarde?
Het inburgeringsexamen wordt per 1 januari 2010 als voorwaarde gesteld bij een verblijfsvergunning regulier of asiel voor onbepaalde tijd en bij een aanvraag regulier voor bepaalde tijd met als beperking ‘voortgezet verblijf’ na gezinshereniging/vorming. Het stellen van het inburgeringsexamen als voorwaarde in de Vreemdelingenwet (Vw) wordt ook wel het inburgeringsvereiste genoemd.
Als ik vóór 1 januari 2010 een aanvraag indien of heb ingediend, moet ik dan aan het inburgeringsvereiste voldoen?
Als vóór 1 januari 2010 wordt voldaan aan de voorwaarden voor het verkrijgen van de gevraagde verblijfsvergunning dus:
bij een wijziging van de vergunning in voortgezet verblijf: drie jaar houder zijn van een verblijfsvergunning in het kader van gezinsvorming/gezinshereniging, en
bij een aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier: vijf jaar houder zijn van een verblijfsvergunning met een niet-tijdelijk doel, en
bij een aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd asiel: vijf jaar houder zijn van een verblijfsvergunning asiel,
wordt de aanvraag niet afgewezen vanwege het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste en hoeft u niet te voldoen aan het inburgeringsvereiste.
Als vóór 1 januari 2010 niet aan de eerdergenoemde voorwaarden wordt voldaan, moet u dus wel aan het inburgeringsvereiste voldoen.
Geldt het inburgeringsvereiste voor elk type verblijfsvergunning onbepaalde tijd en voortgezet verblijf?
Ja, het inburgeringsvereiste geldt voor elke type verblijfsvergunning onbepaalde tijd.
Nee, het inburgeringsvereiste geldt niet voor elk type verblijfsvergunning voortgezet verblijf.
Het inburgeringsvereiste geldt alleen (vrijstellingen en ontheffingen daargelaten) indien voortgezet verblijf wordt aangevraagd na gezinshereniging/vorming. Dit heeft te maken met het feit dat deze vreemdelingen een verblijfsvergunning hebben van niet-tijdelijke aard en vanaf het moment dat zij in het bezit zijn gesteld van deze verblijfsvergunning, zij op grond van de Wet inburgering inburgeringsplichtig zijn.
Een kind dat als minderjarige voor gezinshereniging is toegelaten, komt voor voortgezet verblijf in aanmerking en hoeft niet aan het inburgeringsvereiste te voldoen.
Houders van een verblijfsvergunning regulier onder de beperkingen alleenstaande minderjarige vreemdeling (AMV), buitenschuld of medische behandeling en slachtoffers mensenhandel en slachtoffers van huiselijk geweld hoeven niet aan het inburgeringsvereiste te voldoen om in aanmerking te komen voor voortgezet verblijf.
Houders van een vergunning voor voortgezet verblijf moeten wèl aan het inburgeringsvereiste voldoen op het moment dat zij aanspraak willen maken op een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (vrijstellingen en ontheffingen daar gelaten).
Wat wordt bedoeld met het begrip ‘inburgeringsplichtige’?
De Wet inburgering verplicht de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft in Nederland en voor een niet tijdelijk doel in Nederland verblijft (dus bijv. vanwege gezinsvorming/gezinshereniging of in het bezit is van een asielvergunning) of geestelijk bedienaar is, mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving te verwerven.
Deze inburgeringsplichtige vreemdeling zorgt er voor dat hij het inburgeringsexamen behaalt, in beginsel/ in principe binnen drieëneenhalf jaar.
Deze procedure van de Wet inburgering is een gemeentelijke procedure: de gemeente verstrekt bijvoorbeeld informatie aan de inburgeringsplichtige, de gemeente kan ontheffing verlenen van de inburgeringsplicht, de gemeente kan een bestuurlijke boete opleggen bij het niet nakomen van verplichtingen van de inburgeringsplichtige.
Het inburgeringsexamen van de Wet inburgering dat in de gemeentelijke procedure moet worden behaald, is hetzelfde examen dat vereist is om te voldoen aan het inburgeringsvereiste dat de Vreemdelingenwet stelt aan het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (regulier/asiel) en van een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf (na drie jaar gezinshereniging/gezinsvorming).
Worden er ook vrijstellingen verleend van het inburgeringsvereiste?
Uitgezonderd van het inburgeringsvereiste zijn personen:
die jonger zijn dan 18 jaar of 65 jaar of ouder;
die ten minste acht jaar tijdens de leerplichtige leeftijd (dit is vanaf 5 jaar tot en met 16 jaar) in Nederland hebben gewoond;
die aansluitend op de volledige leerplicht een opleiding volgen die leidt tot een diploma, certificaat of ander document die vrijstelling geeft op de inburgeringsplicht;
die beschikken over een diploma, certificaat of ander document die vrijstelling geeft op de inburgeringsplicht (zie opsomming hieronder)
die aangetoond hebben dat ze beschikken over voldoende mondeling en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal en goede kennis van de Nederlandse samenleving (wordt aangetoond door een document verstrekt door IB-Groep waaruit blijkt dat de korte vrijstellingstoets is behaald)
Belgen en Luxemburgers.
Vrijgesteld van het inburgeringsvereiste zijn personen die één van de volgende diploma’s, certificaten of documenten hebben behaald.
a. het inburgeringsdiploma;
b. een op wettelijke basis uitgereikt diploma of getuigschrift van afronding van een opleiding van wetenschappelijk onderwijs, hoger beroepsonderwijs, algemeen voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs of leerlingwezen, na onderwijs te hebben gevolgd in de Nederlandse taal;
c. een diploma staatsexamen Nederlands als tweede taal, programma I of II, als bedoeld in artikel 7.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
d. een met één van de in onderdeel b genoemde diploma’s of getuigschriften vergelijkbaar diploma of ander document, behaald in het Nederlandstalig onderwijs in België, mits een voldoende is behaald voor het vak Nederlandse taal;
e. een met één van de in onderdeel b genoemde diploma’s of getuigschriften vergelijkbaar diploma of ander document, behaald in het Nederlandstalig onderwijs in Suriname, mits een voldoende is behaald voor het vak Nederlandse taal;
f. een diploma, certificaat of ander document, behaald in het Nederlandstalig onderwijs op de Nederlandse Antillen of Aruba, ten bewijze van afronding van een bij regeling van de Nederlandse Minister van Justitie aangewezen Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse opleiding, mits een voldoende is behaald voor het vak Nederlandse taal;
g. het diploma van het Europees baccalaureaat van de Europese school, bedoeld in het Statuut van de Europese school (Trb. 1957, 246), voor zover dat baccalaureaat het vak Nederlands als eerste of tweede taal omvat en voor dat vak een voldoende is behaald;
h. het getuigschrift International Baccalaureate Middle Years Certificate, International General Certificate of Secondary Education of Internationaal Baccalaureaat, indien daartoe een cursus Engels-Nederlandstalig onderwijs of een cursus Internationaal Baccalaureaat met daarin het vak Nederlands is gevolgd en voor dat vak een voldoende is behaald;
i. het certificaat, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit naturalisatietoets, met daarop de in artikel 5, tweede lid, van dat Besluit bedoelde aantekening dat de verzoeker beschikt over de vereiste kennis van de Nederlandse taal;
j. het certificaat, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Wet inburgering nieuwkomers alsmede de verklaring van het regionaal opleidingencentrum op grond waarvan dat certificaat is afgegeven, indien uit die verklaring blijkt dat ten minste de volgende niveaus zijn behaald:
1. de volgende niveaus van de eindtermen Referentiekader Nederlands als
Tweede Taal:
- niveau 2 voor de onderdelen “Luisteren” en “Spreken”, en
- niveau 1 voor de onderdelen “Lezen” en “Schrijven”, en
2. voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie: het niveau van artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van die wet, of het certificaat, bedoeld in de Regeling certificaat inburgering oudkomers, indien uit de vermelding daarop blijkt dat ten minste de volgende niveaus zijn behaald:
- niveau NT2 2 voor de onderdelen “Luisteren” en “Spreken”, en
- niveau NT2 1 voor de onderdelen “Lezen” en “Schrijven”; het document,
bedoeld in artikel 2.7, tweede lid
Verder is vrijgesteld degene:
ten aanzien van wie met toepassing van artikel 5, tweede lid, van de Wet inburgering nieuwkomers is besloten het vaststellen van een inburgeringsprogramma achterwege te laten;
die een toets als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Wet inburgering nieuwkomers met goed gevolg heeft afgelegd, als gevolg waarvan hij beschikt over een besluit inhoudende dat de vaststelling van een inburgeringsprogramma achterwege wordt gelaten, of
die kan aantonen dat hij ingevolge artikel 4 van het Besluit naturalisatietoets is of was ontheven van de verplichting om alle in dat artikel bedoelde toetsonderdelen af te leggen.
Worden er ook ontheffingen verleend van het inburgeringsvereiste?
Dit kan in de volgende gevallen:
1. medische gronden:
a. Indien de inburgeringsplichtige op grond van de Wet inburgering heeft aangetoond dat hij door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen, kan de gemeente deze persoon ontheffen van de inburgeringsplicht. Dit geschiedt op basis van een advies dat afgegeven wordt door een door de gemeente aangestelde medisch adviseur. Deze gemeentelijke ontheffing werkt door in de procedure voor de verblijfsaanvraag.
b. Een niet-inburgeringsplichtige zal zich voor deze medische ontheffing ook moeten wenden tot de door de gemeente aangestelde medisch adviseur. De IND kan namens de Staatssecretaris van Justitie op basis van het overgelegde medisch advies tot ontheffing van het inburgeringsexamen over gaan.
2. voldoende pogingen, niet geslaagd:
Indien de gemeente op grond van de door de inburgeringsplichtige (dit ingevolge de Wet inburgering) aantoonbaar geleverde inspanningen (meerdere malen het inburgeringsexamen heeft afgelegd, maar niet geslaagd) tot het oordeel komt dat het voor de inburgeringsplichtige niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen, kan de gemeente deze persoon ontheffen van de inburgeringsplicht. Deze gemeentelijke ontheffing werkt ook door in de procedure voor de verblijfsaanvraag.
3. de IND kan namens de Staatssecretaris van Justitie tot het oordeel komen dat vasthouden aan het inburgeringsvereiste onbillijk zou zijn en kan daarom om die reden besluiten dat van die vreemdeling niet verwacht kan worden het inburgeringsexamen te behalen. Dit wordt de zogenaamde hardheidsclausule genoemd.
a. er kan sprake zijn van bijzondere en individuele omstandigheden op grond waarvan het van de vreemdeling niet kan worden verwacht dat hij aan het inburgeringsvereiste voldoet.
b. de hardheidsclausule kan ook worden toegepast in de situatie waarin de IND namens de Staatssecretaris van Justitie tot het oordeel komt dat het voor deze vreemdeling redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen.
Het gaat hier om de vreemdeling die:
- niet gealfabetiseerd is in zijn eigen taal en de Nederlandse taal;
- van wie, gezien zijn leeftijd en overige omstandigheden, niet kan worden verwacht dat hij (nog) Nederlands leert lezen en schrijven binnen een periode van vijf jaar, en
- de toets gesproken Nederlands (TGN) op A2-niveau heeft behaald.
Aan deze beoordeling gaat een onderzoek naar analfabetisme en leervermogen vooraf.
Het ROC van Amsterdam voert het onderzoek naar analfabetisme en leervermogen in het kader van een aanvraag om een verblijfsvergunning uit. Het is de bedoeling dat u het onderzoek bij het ROC van Amsterdam al heeft ondergaan voordat u een een aanvraag om een verblijfsvergunning indient bij de IND waarvoor het inburgeringsvereiste geldt en u een beroep doet op de hardheidsclausule vanwege analfabetisme. Als u toch een aanvraag indient, terwijl u een beroep wenst te doen op de hardheidsclausule vanwege analfabetisme en u de ROC-procedure nog niet hebt doorlopen, heeft u niet voldoende tijd om uw aanvraag compleet te maken. Uw aanvraag zal dan worden afgewezen.
De ROC-procedure kost in totaal € 226,= en bestaat uit twee fasen: de goedkeuringsfase van de aanmelding en het onderzoek naar analfabetisme en leervermogen. De ROC-procedure kan eerst pas worden aangevangen als u het ROC van Amsterdam € 38,75 heeft betaald voor de goedkeuringsfase. In de goedkeuringsfase zal worden gecontroleerd of uit de door u meegestuurde bijlagen blijkt dat u één of meer cursussen gedurende minimaal 570 uur heeft gevolgd om Nederlands te leren lezen en schrijven. Indien u een WIN-certificaat overlegt, zult u naast het WIN-certificaat ook nog bewijzen moeten overleggen van een gevolgde cursus of cursussen, waaruit een “extra” inspanning om Nederlands te leren lezen en schrijven blijkt.
Als de aanmelding door het ROC is goed bevonden, moet u het ROC € 187,25 betalen voor het onderzoek naar analfabetisme en leervermogen. Daarna zult u een uitnodiging ontvangen voor het onderzoek naar analfabetisme en leervermogen. U zult na afronding van het onderzoek een advies van het ROC van Amsterdam ontvangen, dat u kunt meesturen bij uw aanvraag om een verblijfsvergunning. Op het aanmeldingsformulier vindt u de ROC-procedure uitgebreid toegelicht. N.B. Vanaf 1 juli 2010 zal het bedrag voor de ROC-procedure worden verhoogd van € 226 naar € 287.
Het aanmeldformulier van het ROC van Amsterdam spreekt over 'oudkomer' en 'nieuwkomer'. Wat wordt hiermee bedoeld?
Wat zijn oudkomers?
Iemand is oudkomer als hij/zij:
Wat zijn nieuwkomers?
Iemand is nieuwkomer als hij/zij:
Wat moeten vreemdelingen doen als zij denken dat zij zijn vrijgesteld van het inburgeringsvereiste?
De inburgeringsplichtige vreemdelingen kunnen dit het beste nagaan bij de gemeente waar zij staan ingeschreven.
De niet-inburgeringsplichtige vreemdelingen dienen bij de verblijfsaanvraag aan te geven en
met stukken te onderbouwen op welke gronden zij menen te dienen worden vrijgesteld van
het inburgeringsvereiste.
De Vw 2000 geeft aan dat een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor maximaal 5 jaar kan worden verstrekt. Wat gebeurt er als iemand na 5 jaar nog niet aan het inburgeringsvereiste heeft voldaan?
Indien een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wordt afgewezen vanwege het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste dan wordt de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd verlengd mits aan de voorwaarden voor de verlenging is voldaan. De verblijfsvergunning asiel wordt verlengd voor een periode van vijf jaar.
Waar kan het inburgeringsexamen worden afgelegd?
Kijk voor uitgebreide informatie op de site van Dienst Uitvoering Onderwijs (= DUO) www.inburgeren.nl
Iemand is in het bezit van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd of voortgezet verblijf en wil Nederlander worden. Is hij vrijgesteld van de naturalisatietoets?
Indien een inburgeringsdiploma wordt overgelegd waaruit blijkt dat alle onderdelen op niveau A2 van het Europese Raamwerk Vreemde talen zijn behaald, is de vreemdeling vrijgesteld van de naturalisatietoets.
Indien de vreemdeling in het kader van de toekenning van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd dan wel voortgezet verblijf vrijgesteld is dan wel ontheven is op andere gronden, zal de eventuele vrijstelling of ontheffing in het kader van de naturalisatieprocedure vaak opnieuw dienen te worden beoordeeld.